Terugloop in winkelgebieden bedreiging voor foodservice

Het definitieve sluiten van de 62 warenhuizen van de V&D betekent wéér 360.000 lege vierkante meters winkeloppervlakte. En met het faillissement van Perry Sport en Aktiesport komt daar nog eens 71.000 vierkante meters bij.

De afgelopen jaren was er al een duidelijke stijging zichtbaar in de leegstand van winkelpanden in winkelgebieden. Zo kwam de leegstand landelijk op ongeveer 7,5%. Locatus, de marktleider op het gebied van winkelformatie in de Benelux, geeft aan dat er momenteel nog steeds 20.625 panden, voornamelijk retailpanden, in heel Nederland zijn die in de komende jaren een zeer hoog risico tot verdwijnen hebben.
Doordat er al veel leegstand is in de directe omgeving van deze ondernemingen, is er hier een grote kans op ‘besmettingsgevaar’. In 2016 loopt dit op tot 14,0% van alle landelijke winkelgebieden, tegenover 13,5% uit 2015 en 10,9% uit 2014. Per provincie zijn er grote verschillen te onderscheiden als het aankomt op de leegstandscijfers. De binnenstedelijke provincies Noord-Holland en Utrecht hebben de laagste leegstandscijfers en juist de zuidelijkere provincies zoals Limburg en Zeeland kampen met zeer hoge leegstandscijfers.

De stijging van de leegstandscijfer komen mede door een tweetal ontwikkelingen:

  • Online: online shoppen groeit steeds verder, hetgeen mede te zien is aan het aantal aankopen dat digitaal wordt gedaan. In de eerste drie kwartalen van 2015 waren er in totaal al 100,44 miljoen online aankopen gedaan. Dat is een stijging van 17% ten opzichte van dezelfde periode in 2014.  En dit is niet alleen in de sector detailhandel te merken. Ook bij food stijgen de online aankopen. Onder andere door de maaltijdboxen van bijvoorbeeld Hello Fresh, Allerhande en Fruit.nl wordt er steeds meer online aan food besteld. Het is gemakkelijk om via mobiele devices je dagelijkse boodschappen te doen en we worden vanuit allerlei kanten steeds meer verleid tot online aankopen.
     
  • Vergrijzing: ook de samenstelling van de Nederlandse populatie heeft invloed op de leegstand van winkelgebieden. Zo vinden er door vergrijzing minder verkopen plaats op het gebied van non-food. Ouderen besteden over het algemeen namelijk minder aan goederen en besteden meer aan diensten. Cijfers van het CBS laten zien dat 65-plussers over het algemeen 40% minder besteden in de detailhandel. Dit is duidelijk terug te zien in de leegstandscijfers in de provincies. In de zuidelijke provincies wonen over het algemeen meer ouderen, dan in de binnenstedelijke provincies.


Om een duidelijk overzicht te krijgen welke bedrijven in 2015 zijn gestopt en gestart volgt hier een korte top 5. Opvallend is dat in de ‘branches met zeer veel stoppers’ geen foodservicesegmenten staan, terwijl er bij de ‘branches met zeer veel starters’ drie food(service)segmenten staan.

Branches met zeer veel stoppers:                      Branches met zeer veel starters:
Videotheek (41%)                                                   Massagesalon (29%)
Reisbureau (22%)                                                   Tweedehands kleding (26%) 
Computers (21%)                                                    Lunchroom (20%)
Kindermode (21%)                                                  Bezorg/halen (19%)
Uitzendbureau (19%)                                              IJssalon (19%)

De stijging in winkelleegstandscijfers betekent onder andere de volgende twee dingen:
1.     Er is minder werkgelegenheid én
2.     Er is minder omloop in winkelgebieden.

Hoe kan deze ontwikkeling worden tegengegaan? Hoe kunnen we er voor zorgen dat er weer meer mensen naar de winkelgebieden gaan en dat er minder winkels leeg staan?

Platform31
Vanuit de Retailagenda is Platform31 gestart met de pilot ‘verlichte regels winkelgebieden’. Hierbij worden onder andere de vijf belangrijkste stakeholders – retail, horeca, vastgoed, kunst en cultuur – gemotiveerd om ondernemingen te starten waarin zij meerdere branches combineren. Meer dan 30 gemeenten doen nu mee aan de pilot, met elk maximaal 25 winkels. De pilot is van start gegaan in het voorjaar van 2015 en zal duren tot ongeveer eind 2016. Het doel van de pilot is om innovatie, creativiteit en ondernemerschap weer te stimuleren. om winkelgebieden weer te versterken en om eventueel onnodige (landelijke en/of gemeentelijke) regels aan te passen.

De evaluatie van de Drank- en Horecawet vindt pas aan het einde van 2016 plaats. Dat dit pas eind 2016 plaatsvindt, hoeft niet persé slecht te zijn. Met de meewerkende gemeenten zijn namelijk een aantal richtlijnen opgesteld en het is de bedoeling om aan het einde van de pilot te bekijken wat voor invloed het heeft uitgeoefend op de bovenstaande doelen.

Voor- en tegenstanders
Er zijn op dit moment zowel voorstanders als tegenstanders van de pilot. Zo is STAP uitgesproken negatief  over het verkopen van drank in retailondernemingen. Maar dat is niet het hoofddoel van de pilot. De pilot moet uiteindelijk voor alle soorten ondernemingen een uitkomst bieden; een retailonderneming die foodservice mag toepassen, maar ook een foodservice-outlet die retail mag toe passen. Bijvoorbeeld een fietsenwinkel die tevens kop koffie verkoopt aan haar gasten, heeft namelijk niets met alcohol te maken. KHN komt daarentegen weer op voor de klassieke horeca, aangezien zij geen retail mogen toepassen in hun horecazaken, terwijl retailers nu wel horeca mogen toevoegen.

Feit is dat winkelen in de toekomst anders wordt, net als het aanpassen en/of schrapen van regels binnen de Drank- en Horecawet.